cookingwith

keasberry

dutch indonesian heritage cuisine

Blog

De Pondok Kaki Lima in Duarte

“Wat wil je eten, meis? Soto betawi misschien of lontong?” Julia van den Broek nee Wens (Solo, 1935) wijst op de eetkraampjes die op de grote parkeerplaats zijn opgesteld en begroet ondertussen Indische vrienden uit de omgeving van Los Angeles. In de schaduw van een palmboom zit een groepje Amerindo’s bij elkaar die na aanvankelijk vanuit Indonesië naar Nederland te zijn gerepatrieerd, begin jaren zestig gekozen hebben voor een nieuw bestaan in de Verenigde Staten. Na een lang en werkzaam leven in de Amerikaanse samenleving genieten ze nu van hun pensioen. De zaterdagochtend is steevast gereserveerd voor de ‘pondok kaki lima’ in de deelgemeente Duarte in het noordoostelijk deel van Los Angeles.

Enthousiast omhelst Julia van den Broek een tengere verschijning in een felgekleurde outfit. Het is Hetty Hehl, de organisatrice van de pasar Duarte, ook wel Lady Ribut geaamd. De extraverte spraakwaterval die in haar jonge jaren in Indië in films speelde, organiseert al ruim veertig jaar feesten en bijeenkomsten voor Amerindo’s uit Los Angeles en omgeving. “Ik liep al wat langer rond met het idee voor een wekelijkse markt”, vertelt ze desgevraagd. “Toen Frits Hong, de eigenaar van het hotel Duarte Inn waar ik regelmatig bijeenkomsten organiseerde, me voorstelde om het parkeerterrein achter het hotel op zaterdagochtend ter beschikking te stellen voor een pasar, heb ik niet lang hoeven nadenken”. Hehl maakte afspraken met Indonesische standhouders die voor de schappelijke huur van 25 dollar wekelijks hun kraam mogen opslaan. “Let wel, of de zon nou schijnt of niet, ze moeten hier iedere zaterdag in het jaar zijn”, benadrukt ze. De markt is vanaf de start in april 2001 tot een succes uitgegroeid: van heinde en ver komen Indische, Indonesische en Chinese bezoekers naar Duarte om elkaar te ontmoeten, bij te kletsen en samen te lunchen. Naast uitgebreide gerechten zoals nasi uduk, bami rames en grote porties sate kambing zijn er lekkernijen als kwe lapis, kwe mangkok en dadar verkrijgbaar. “Weet je dat er zelfs Indische families helemaal vanuit Seattle hier naar toe komen om te eten en inkopen te doen?”, merkt Hetty op.

Onder het afdak van een grote, witte partytent is Abraham van den Broek (Malang, 1933) druk in gesprek met vrienden. In Indie werkte hij op jonge leeftijd als hoofd van de inkoopafdeling bij drukkerij A.C. Nix in Bandoeng om vervolgens in 1955 vanuit Tandjong Priok met de boot naar Nederland te vertrekken. Julia en hij trouwden ‘met de handschoen’ en een jaar later voegde ze zich bij hem in Laren. Nederland was allesbehalve de eindbestemming van het jonge echtpaar: gelokt door de mogelijkheden en het klimaat besloten ze naar de Verenigde Staten te emigreren. “Op 6 januari 1961 voer de boot de haven van New York binnen”, vertelt Bram van den Broek. Ik arriveerde samen met mijn vrouw en twee kinderen en had geen baan. Whatever it takes, I will succeed, hield ik mezelf voor”. Het jonge gezin woonde aanvankelijk in bij Bram’s moeder die al eerder naar Californië vertrokken was. Voor Bram werd het flink aanpakken. “Iedere dag ging ik te voet langs alle fabrieken in de omgeving om werk te zoeken, wat uiteindelijk lukte. Bij mijn eerste job verdiende ik 1 dollar 65 per uur. Ter vergelijking, een kip kostte in die tijd 25 dollarcent. ‘s Avonds werkte ik bij als bordenwasser en spaarde voor een eigen huurhuis en auto”. De aanschaf van een Chevrolet Bel Air en een eigen huurwoning luiden het begin van een succesvolle carriere in. Bram volgt de avondschool aan het Pasadena City College – waar in een latere periode ook de broers Alex en Eddie van Halen naar school gingen – , studeert verder aan de UCLA-universiteit en klimt op tot accountant.

“Je moest alles aanpakken wat op je weg kwam”, blikt hij terug op de eerste, zware periode. “Het was 1961, er was bijna geen werk te krijgen. Ik moest hier slagen, want ik wilde niet terug naar Nederland. En ja, het is veel Indo’s gelukt om de American Dream waar te maken. Dat succes was ten dele ook afhankelijk van de opleiding die men had genoten, ik bedoel, dit is toch de generatie met een gebroken schoolopleiding vanwege de Japanse bezetting. Er waren herstelscholen na de oorlog, maar niet iedereen heeft toen een schooldiploma kunnen halen”. “We hebben een goed leven hier”, merkt Harry Levyssohn op die naast hem zit. “Voor ieder van ons geldt dat we twee, soms wel drie banen naast elkaar hadden om een nieuw leven op te bouwen, maar Amerika is goed voor ons ge-weest”. Hij toont de opbrengst van zijn eigen moestuin: kankung, jambu klutuk en jeruk bali. “Het zijn grotendeels vruchten en groente die ik ook in Indie kweekte”.

Intussen heeft Julia van den Broek met een glas cendol in de hand plaatsgenomen naast haar hartsvriendin Sylvia Roolvink. Ze gieren het uit als hun favoriete tijdsverdrijf ter sprake komt: een weekendje gokken in Las Vegas. “Tot diep in de nacht spelen we op de one arm bandits en hebben de grootste lol samen”, grinnikt Sylvia. Julia buigt zich voorover en vraagt op samenzweerderige toon ‘Weet jij wat ik met mijn uitkering van ‘Het Gebaar’ heb gedaan?’. “Op een aparte bankrekening gezet waar ik de opbrengsten van het gokken en krasloten op stort!”, schatert ze het uit. “Kom op toch”, merkt Sylvia spottend op. “Dan kunnen Indo’s in Nederland wel heel chic weigeren om te vertellen wat ze met hun uitkering hebben gedaan, maar ik ben de Nederlandse regering er dankbaar voor, hoor”.

Het loopt tegen twee uur wanneer de meeste bezoekers aanstalten maken om naar huis te gaan. “See you next week! Sampai bertemu lagi! schalt het over het terrein. Bram van den Broek praat nog wat na met vrienden. “Het is heel moeilijk voor Amerikanen om te begrijpen wat er in destijds in de Pacific, in Nederlands Indië gebeurd is. Zelfs mijn kinderen hebben moeite om het te begrijpen. Ik denk dat als je niet middenin een oorlogssituatie hebt gezeten, je het niet kunt bevatten. Mijn dochters hebben gevraagd of ik mijn herinneringen aan de Japanse bezetting op papier wil zetten. Al die herinneringen zitten in mijn hoofd, onder meer dat ik als negenjarige jongen een rantang naar mijn vader bracht die in een interneringskamp in Bandoeng vastzat en toen zag dat een Japanse soldaat een ontsnapte gevangene met een bajonet doodstak. Om te overleven heb ik met mijn moeder en zusjes dagenlang achter elkaar sokken gebreid die we dan weer verkochten”.

duarte_griselda

Met die kennisoverdracht kan niet al te lang meer worden gewacht, want de tijd tikt genadeloos voort. De eerste generatie Amerindo’s houdt haar Indische cultuur weliswaar in stand tijdens feesten en bijeenkomsten, maar hun eigen kinderen beschouwen zichzelf als Amerikanen. Hoewel ze dol zijn op de Indische keuken spreken ze geen Maleis en weten ze vrij weinig van de geschiedenis van hun ouders. “Vijfennegentig procent van de ‘tweede generatie’ Amerindo’s trouwt met een Amerikaan, dus wat blijft er dan over van onze cultuur?”, verzucht Bram van den Broek. “Mijn eigen kinderen zijn helemaal veramerikaansd. Wat kan ik anders doen dan het accepteren?”.

copyright: Griselda Molemans 
info@qna-news.com

Recommended

3 Comments

  • Rudolf A. Goutier november 27, 2013 at 3:28 am

    Dag Griselda Molemans,
Ik bezoek de Duarte Inn bijna elke Zaterdag. Gezellig kletsen met al de bekenden en natuurlijk lekker Indisch eten Meneer Bram van der Broek,ook mijn kinderen hebben moeite om te begrijpen waarom wij Nederlanders Indonesia moeten verlaten en emigreren naar de USA.Ook zij zijn veramerikaansd.Soms vertel ik hun over mijn verleden in Indonesia en in Holland,maar het gaat van de ene oor in en het andere uit.Dus vergeet het maar.Groeten Rudy.
    By Rudolf A.Goutier on August 20, 2010 at 4:09 am

    Beantwoorden

  • Janice november 27, 2013 at 4:10 am

    Dit is geweldig. Ik heb in tijden niet zoveel keus gehad. Ik woon hier al 20 jaar en dit is precies wat zij zochten. Gezellig met al die Indische mensen die hier komen eten en praten.
    By Janice on January 8, 2011 at 2:14 am

    Beantwoorden

  • Huibert Sabelis Wybenga november 27, 2013 at 4:10 am

    Yes ,the Duarte food pasar is great when ever I visit LA I drop in en meet with old friend for a little Tempo Doeloe.The food is excellent with plenty of choice including cendol and Ice shanghai,and plenty of sweet snacks.
    By Huibert Sabelis Wybenga on September 7, 2011 at 12:25 pm

    Beantwoorden

Leave a Comment


+ 8 = zestien